![]() |
![]() |
|
||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||||
|
30/12 - In de loop der jaren is de gang van zaken op de kop van Voorne, dus in de huidige gemeente Westvoorne, sterk beïnvloed door zakelijke belangen vanuit Rotterdam. Dan ging het haast steeds om de havenbelangen, of beter gezegd: “wat enkele belanghebbenden als havenbelangen meenden te kunnen verkopen”. Meestal ging het om de verbinding naar zee, die door natuurlijke factoren en/of door de ontwikkeling van de techniek van de scheepvaart steeds minder ging voldoen. De ondernemer, die daar als eerste last van kreeg wilde die last wel op kosten van de gemeenschap wegwerken, en wel zo snel mogelijk. Dat voerde tot vele halfbakken lapmiddelen, die Rotterdamse ondernemers slechts tijdelijk soelaas gaven, maar op IJsselmonde, Voorne, Putten en Rozenburg heel veel overlast en extra kosten voor de plaatselijke bevolking meebrachten, tot aan faillissementen toe. Zo werd er tussen 1827 en 1829 het kanaal door Voorne gegraven. Dat ging nog gewoon met schep en kruiwagen. Daartoe moest men ter plekke veel ongeschoold werkvolk aantrekken, dat na gedane zaken pardoes zonder werk kwam. De technische ontwikkeling in de scheepsbouw gingen in die tijd zo snel, dat het kanaal eigenlijk geen toekomst had. Tussen 1866 en 1872 kwam er een herhaling op groter schaal met weer de schep, de kruiwagen en het ter plekke verzamelen van een voldoend grote groep paupers voor het ongeschoolde werk. Er was amper verzorging van het werkvolk tijdens de uitvoering van het werk, laat staan dat er enige verzorging was na het afdanken van het werkvolk. Deze manier van snel en vaak ondoordacht van hot en her volk aantrekken omdat er weer zo nodig iets op korte termijn moet gebeuren is tot op heden gebruikelijk geweest, maar het als oud vuil afdanken en wegjagen van aangetrokken volk kan tegenwoordig niet meer. Het gevolg is een flinke immigratie waarvan de grote steden, waaronder Rotterdam voorop, zo veel plezier hebben, dat de Rotterdamse bestuurders zich inspannen de nieuw gekomenen over de omringende gemeenten uit te delen. Het spreekt hierbij van zelf, dat naar de mening van de lokale bevolking van die omliggende gemeenten niet gevraagd wordt. Aan de benoemde burgemeesters van die gemeenten de eer om onder de leiding van de benoemde commissaris van Zuid-Holland deze bedeling de burgers van de omringende plattelands gemeenten door de strot te duwen. Na de oorlog en de eerste opbouw
periode kwam de ontwikkeling van het industriegebied Botlek.
Werkvolk aangetrokken om dan pas te moeten constateren, dat het soort gepland werk in Nederland niet meer kan. Een stel kleine
pachters geruïneerd achterlatend.
Stortplaats De aanleg van de Maasvlakte brengt samen met de Betuwe spoorlijn de Waterweg terug tot een overmaats binnenvaart kanaal. In de beginperiode van de Waterweg was er een baggerprobleem. Al voor 1900 was er een kanaaltje door Rozenburg gegraven om baggerbakken die op de Waterweg gevuld waren op de Brielse Maas recht tegenover Stenen Baken te kunnen leegstorten, waardoor het pas ontloken badstrand van Oostvoorne in 1930 door bagger afzetting onbruikbaar was geworden met gevolg de ondergang van een aantal exploitanten van dit strand. Wat jaartallen Op maandag 19-02-1962 gaven op een persconferentie burgemeester mr. G.E. van Walsum en ir. Van Tra de visie van Rotterdam op een, volgens hen vrij algemeen aanvaard plan vanaf de Maasvlakte een dam over de Westplaat met een grote boog in zuidelijke richting ergens, tussen het Sipkesslag en het Bootpad door, in oostelijke richting aansluitend op een nieuwe verkeersweg aan te leggen voor de nieuw te stichten industrie. Van Tra stelt, dat daarmee een vrij waardeloos strand dan omgezet kan worden in een watersport meer. Daar kan zand gezogen worden, waarna met andere specie (lees: vervuild havenslib) de te diep geworden plekken opgehoogd kunnen worden en 3 eilanden aangelegd. (zie figuur 2) Die zelfde avond om 19 uur hield de Raad van Oostvoorne (toen nog niet gefuseerd met Rockanje) een spoedeisende vergadering. De raad wist van niets. Burgemeester mr. W.H. Sprenger van Oostvoorne vertelde, dat hij in een gesprek, dat B & W van Oostvoorne hadden met de burgemeester van Rotterdam, te kennen had gegeven, dat het een wat wonderlijke situatie was, dat de raad van Oostvoorne uit de pers zou moeten vernemen wat de Rotterdamse plannen op het Oostvoornse grondgebied waren. Burgemeester Van Walsum had geantwoord, dat het hem speet, maar beriep zich op een noodsituatie (waar haalt van Walsum de noodsituatie vandaan, waarop hij zich beroept? - AvdK). Hieruit blijkt zonneklaar, dat B&W op de hoogte waren, maar het voor de raad hadden stilgehouden. Raadslid Quartel vroeg: “We kunnen dit hele geval zeker niet tegenhouden?” De burgemeester antwoordde hierop, dat het zeker niet nutteloos zou zijn indien Oostvoorne zijn standpunt zou uitspreken”. De hier schuin gedrukte regels zijn letterlijk overgenomen uit het verslag in de Brielse Courant van 20-02-1962.
Laat dit korte stukje op u inwerken lezer. Er wordt een vraag gesteld waarop eigenlijk maar één antwoord past, nl. “Nee meneer Quartel, men ziet ons geheel niet staan en onze gevoelens en belangen doen er niet toe en zijn het niet waard om er bij stil te staan!” Dat antwoord komt niet, er komt een dooddoener, die suggereert maak je goed druk, dan wordt je wel moe en geef je het op. De burgemeester is een door de overheid gedropte opzichter, die het volk langs de gewenste weg in het gewenste hok moet jagen en zeker niet een door de bevolking zelf gekozen “burgervader resp. moeder”. Keurig netjes manoeuvreert de burgemeester de raad naar het volgende BESLUIT (zie de Brielse Courant van 20-02-1962 ):
De Raad der gemeente Oostvoorne, in spoedeisende openbare vergadering bijeen: Gehoord de mededeling van zijn voorzitter, blijkens welke het gemeentebestuur van Rotterdam heden gegevens heeft gepubliceerd, betreffende de toekomstige vormgeving van het z.g. Maasvlakteplan in verband met de recreatiegebieden van Oostvoorne langs Noordzee en Brielse Gat; Overwegende dat de pers van deze gegevens (met inbegrip van een schetskaart) eerder kennis heeft kunnen nemen dan de raad van de rechtstreeks betrokken gemeente; Dat, naar hem is gebleken, ook de burgemeester van Rotterdam van Rotterdam dit betreurt; Overwegende voorts, dat de bedoelde publicaties gerekend moeten worden tot die, welke hij (de raad) op 28 november 1961 “voorbarig en dus ongewenst” heeft genoemd; Dat bovendien – naar zijn eerste inzicht – de gepubliceerde gegevens niet overeenstemmen met hetgeen hij noodzakelijk acht; Dat echter nog onvoldoende zekerheid bestaat over verschillende factoren, welke voor vormgeving en bestemmingen van belangrijke betekenis kunnen zijn; Dat het overhaast innemen van een standpunt de ontstane verwarring slechts zou kunnen vergroten; Gehoord het voorstel van Burgemeester en Wethouders; Stelt de bedoelde publicaties in handen van Burgemeester en Wethouders voor het - zo spoedig mogelijk – uitbrengen van een prae-advies; Spreekt de hoop uit, dat over het Maasvlakteprobleem nader overleg zal worden gepleegd met inachtneming van alle betrokken belangen; Draagt Burgemeester en Wethouders op, het voorgaande ter kennis van de Raad der gemeente Rotterdam te brengen.
Hier zouden de weg en de spoorbaan de duinen ingaan en 2 gemeentes scheiden.
Dit is echt een besluit, waarbij
een zetbaas van de overheid ’s avonds voldaan met een sigaar en een
goed glas achterover leunt terwijl hij zachtjes parodieert op een
aloude tekst: “Voorwaarts mijn makke schapen, gij zijd nu wel in
nood, maar gaat toch lekker slapen, en straks in vrede dood!” Het is
helaas geen uiting van een strijdvaardige lokale
volksvertegenwoordiging, maar meer van een stel trouw omhoog
blikkende volgelingen van de fractievoorzitters van de landelijke
partijen in het volle besef, dat daar “GRAAIHANS KEUKENMEESTER
IS!” Misschien valt er nog wat af. Of er ooit nog iemand vanuit
een landelijke aangestuurde fractie van de raad van Westvoorne
geprofiteerd heeft, of nog steeds profiteert van het sluiten van het
strand moeten anderen maar beoordelen.
31-05-1963 komt de Brielse Courant met een artikel over het strand bij de aanlegsteiger, in een tijd, dat de baggerstortingen vanuit de Nieuwe Waterweg in de Maas, tegenover Stenen Baken, hun verwoestende uitwerkingen op het badstrand nog niet hadden gekregen. 18-12-64 kwam de Brielse Courant uit met een artikel “De strijd om Voornes Natuurschoon”. Dit artikel beschrijft de inspanningen van de zijde van natuurorganisaties, wetenschap en recreatie tegen de ongenuanceerde en vergaande wensen van het Rotterdams gemeentebestuur, dat het zoeken naar een planologisch verantwoorde oplossing buiten eigen kring vooralsnog overbodig achtte. Ondertussen hebben al heel wat plannen het licht gezien, hoewel veel van de plannenmakers dat van zichzelf niet kunnen zeggen. Toen men de plannen voor aanleg van de Maasvlakte aannam ging men er van uit dat er hoogovens en een ertsknikker fabriek zouden komen. In 1950 mocht ik, A. van der Knaap, bij de hoogovens in Velsen werken. Daar was het toen al duidelijk, dat er economisch geen ruimte was voor een tweede productiegebied voor ruw ijzer en staal binnen Nederland. Hooguit enkele veredelingsbedrijven direct bij de bestaande hoogovens hadden een kans. Daar zat men met een ruw havengebied zonder directe bestemming met een geschatte rentelast van fl. 50 miljoen per jaar. Opslag van erts en kolen voor doortransport naar een, wegens uitputting van de mijnen ter plaatse, noodlijdend productiegebied in Duitsland, dat op wat langere termijn geen toekomst heeft, brengt als bijna noodzaak de aanleg van een veel te dure Betuwe spoorlijn met zich. Voorwaar een voorbeeld van weer een politiek economische miskleun, die gelukkig de bevolking van de Kop van Voorne in ieder geval dagelijks bewust houdt van de beperkte zorg van onze bestuurders voor ons welzijn.
De handtekening actie als een lokaal succes heeft in ieder geval als resultaat, dat het begint door te dringen, dat het sluiten van het autostrand geen gelopen race is. Wel heeft de gedeputeerde bij de overhandiging van de lijsten met handtekeningen al laten doorschemeren voor de bespreking van deze zaak veel mensen te willen uitnodigen en dan maar hopen dat de zaak onder sneeuwt, in ieder geval over de komende verkiezingen heen getild wordt. Echter het gaat er niet om of oude mensen met of zonder rollator op het strand kunnen komen, of surfers wel of niet een veilig oefengebied hebben, of men ongestoord vogeltjes kan kijken. De kern van het probleem autostrand is, dat de bevolking van de Kop van Voorne jaren lang volkomen genegeerd is door bestuurders, die regelmatig blijk hebben gegeven die bevolking te minachten en er niet naar te willen luisteren, terwijl de economische, technische en sociologische miskleunen van die bestuurders zich dagelijks meer opstapelen. Daarover moeten we bij de komende verkiezingen eens ernstig met elkaar praten. Als die minachting van de bevolking niet verdwijnt blijft het niet bij heisa over het strand alleen, maar komt er een heleboel extra heisa bij. A. van der Knaap |
||||||||||||||||
| Copyright © Redactie Autostrand.nl | Home | Nieuws | Informatie | Verkiezingen | Foto's | Gastenboek | Nieuwsbrief | Contact | Links |
|
||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|