09/9 - WOORD VOORAF:  het bestuurlijk drama begon in augustus 1991 met de publicatie van het Beleidsplan Voordelta en nu in de zomer van 2005 is het nog steeds    niet over en met komende gemeenteraadsverkiezing en verkiezing van Provinciale Staten zal de zoveelste ronde van de strijd om het Autostrand ingaan. De bestuurders  van de Stichting Behoud Autostrand kunnen alle beweringen die zij hier doen onderbouwen met stukken uit hun archief, maar om dit artikel kort en leesbaar te houden publiceren zij slechts fragmenten, maar wie twijfelt aan de waarheid, kan de stukken bij ons inzien.

Midden in de crisistijd van de dertiger jaren der 20ste eeuw werd op het strand van  Oostvoorne een strandpaviljoen  opgebouwd door de heer Vijfvinkel. Op die datum was het strand eigendom van  de erven William van Hoey Smith. Dat dit strand particulier bezit was   is niet normaal. Het Burgerlijk Wetboek, boek 5 titel 3 art. 26 luidt: De stranden der zee tot aan de duinvoet worden vermoed eigendom van de staat te zijn. De duinen en het strand van Voorne waren van de late Middeleeuwen tot de gouden eeuw onland en amper  alleen geschikt als jachtgebied. Ooit is dit jachtgebied aan een particulier uitgegeven als duin tot aan de laagwaterlijn. Door hetzij vererving, hetzij verkoop kwam het in 1902 in handen van William Smith, cargadoor te Rotterdam. Hij gebruikte het als jachtterrein, maar het werkelijke doel van de aankoop was grondspeculatie. Het was de tijd van de opkomst van de strandre- creatie. Aangezien de duinen op Voorne “onland” waren kon men rustig bij zware storm stukken duin opofferen en hoefde de achter gelegen polder geen kosten te maken voor bedijking. Daar stond tegenover, dat de eigenaar van duin en/of strand geen waterschapslasten betaalde. Het bestuur van de polder had er echt geen zin in een boulevard aan te leggen en daar dan villabouw toe te staan, met automatisch de noodzaak van onderhoud van een zeewering in huis halen. Er is tot 1940 geprocedeerd om van Oostvoorne een badplaats van allure te maken. De oorlog kwam en na de oorlog was voor de fam. Van Hoey Smith de lol er af. (zie H. v.d. Graaf de Explotatie van de duinen van Voorne.)

Van Hoey Smith was niet geïnteresseerd in een paar centen pacht van een tenthouder, dus liet hij het lopen. De eerste directeur van de “Maatschappij tot Exploitatie van Onroerende Goederen Voornes Duin” (opgericht  02-12-1903 en verder N.V.V.D. te noemen), W.D. van Dijk  (1902-1919) heeft er zakelijk niets van gebakken en administratief een chaos achter gelaten. Er is dus geen goede documentatie of er, en zo ja door wie, pacht aan de Exploitatie maatschappij betaald is door strandtenthouders.

1957 hield de eerste tenteigenaar er mee op en Kleijburg  nam het over tot 1974. Dan komt Jaap Boutkam. Kleijburg betaalde pacht voor het op het strand staan aan de gemeente Oostvoorne; Boutkam betaalde jaarlijks pacht aan de gemeente van 1974 Nfl 500 oplopend tot Nlg 550 over 1979. Daar klopte niets van. Om dit te kunnen begrijpen eerst een intermezzo over het eigendom van het strand.

21-12-1918 komt William van Hoey Smith te overlijden. Zijn zonen  James en Adriaan Pieter waren toen 27 en 25 jaar oud. Het was  op het eind van de oorlog van 1914-’18. In de erfenis van deze heren zat een groot stuk particulier jachtgebied, dat als zodanig  waarde had en dus via de successie een flinke hap uit de waardevolle eigendommen van William zou nemen, en dat in een tijd van naoorlogse misère. De directeur W.D. van Dijk nam ontslag en werd opgevolgd door F.H.G. van Iterson. Deze was  uiteindelijk  directeur van NVVD, rentmeester van het Administratiefonds Rotterdam en vertegenwoordiger van de vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland. Hij overleed in Ülzen  in een kamp op het eind van de oorlog in 1945. Hij werd opgevolgd door zijn assistent Marinus Warbout Wzn.

Het stuk grond, dat via grondspeculatie een flinke klapper had moeten maken was een blok aan het been geworden, vooral door de reeds genoemde tegenwerking van  het polderbestuur. Er waren meer van dat soort gevallen van adellijke en niet adellijke eigenaren van grote, soms zeer fraaie landgoederen “met hoge natuurwaarden”, die als dank voor de instandhouding van fraaie landgoederen  bij overlijden hun erfgenamen gelijk met het landgoed een juweel van een aanslag in de successierechten nalieten.

In 1905 was de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten opgericht. Eerst in 1928 zou de Natuurschoonwet er komen. Langs  deze wegen kon er iets gedaan worden aan de onbevredigende toestand, dat families, die zeer verdienstelijk beheer van natuurgebieden op zich namen, via de successierechten geldelijk verlies zouden lijden. Het mag niet verwonderen, dat de zonen Van Hoey Smith al in 1920 contact opnamen met Natuurmonumenten. Uitgangspunt hierbij was voor de N.V.V.D. dat er nabij de kom van Oostvoorne en de kom van Rockanje een gebied voor exploitatie beschikbaar zou blijven en de rest als natuurmonument aan de Vereniging zou worden overgedragen.

De directeur van N.V.V.D. kreeg 28-02-1927 van de commissarissen machtiging dit te regelen en de acte werd  18-03-1927 gepasseerd. Een schenking van 557 ha. Tussen 1927 en 1933 zou nog meer duin en strand verkocht, resp. geschonken worden, maar kadastrale nummers zijn later veranderd en veel gegevens zijn verloren gegaan.Door het jarenlang wanbeheer van de eerste directeur, de eerste wereldoorlog en de grote crisis van 1929-1940 was het echt niet meer duidelijk hoe het zat met pacht, huur en schulden.

1934 wordt het Zuid-Hollands Landschap opgericht. Er was wat ruimte gekomen voor de N.V.V.D. doordat een deel van het nu nutteloze grondbezit geen eigendom meer was, maar de jachtrechten bleven om niet bij de familie. Er gebeurde nog meer. In 1938 koopt het Administratiefonds Rotterdam 44 ha duin en strand in Rockanje en in 1939  270 ha duin en strand op Oostvoorne. In 1956 wordt het duinbezit van het administratiefonds overgedaan aan het ZHL. Als men de verschillende mutaties in de bezitsverhoudingen achteraf overziet en daarbij ook de samenloop van functies en bevoegdheden bij 1 persoon, dan is het niet verwonderlijk, dat zowat niemand meer  weet “wat van wie” was en “wie waarvoor moest betalen”!

Ook de gemeente Oostvoorne en in mindere mate Rockanje blonken de vorige en voor – vorige eeuw niet uit in een duidelijke, samenhangende administratie. De samenvoeging van de twee gemeenten in 1980 werd door de bevolking niet gedragen, zodat werkzaamheden met betrekking tot dat samengaan met onverschilligheid, of zelfs met tegenzin werden uitgevoerd. Zo kan het niemand verwonderen, dat in 1986, ten tijde van het strandfeest ter ere van het heropenen van het strand zelfs de toenmalige burgemeester, J.M. Hoffmann, geen notie had van de eigendomsverhoudingen. Het is echter zeker, dat van 1902 tot aan 1927 het   hele strand langs de kop van Voorne eigendom was van de familie Van Hoey Smith. Als er iemand was die huur of pacht kon eisen   van een ondernemer op het strand was dat Van Hoey Smith persoonlijk, of via zijn “bedrijf” de N.V.V.D. Na 1927 kwam daar voor een deel van het strand Natuurmonumenten bij, en na 1938 kwam daar nog een derde partij bij n.l.  het Administratiefonds, dat min of meer geruisloos overgenomen werd door het ZHL.

Het staat vast, dat de gemeente Oostvoorne via de bevoegdheid van zijn burgemeester het toezicht op orde, rust en zedelijkheid op  het strand had, maar geen recht van eigendom, dus geen pacht resp. huur mocht vragen, tenzij de eigenaar daartoe schriftelijk toestemming had gegeven. Boutkam en voor hem  Kleiburg hebben wel aan de gemeente betaald, gezien o.a. een serie jaarlijkse nota’s van de gemeente, die Boutkam heeft bewaard en ons daarvan kopie heeft gegeven.

Per 01-01-1980 werden de gemeenten Rockanje en Oostvoorne samengevoegd onder de naam WESTVOORNE. Burgemeester Bolwidt is al in november 1979 met pensioen gegaan. Wethouders zijn J. van der Blom (locoburgemeester) en  mw. H.A v.d. Nol-Spoor. Jaap Boutkam kreeg vanaf dat moment geen nota meer van de gemeente, vond het allang goed en informeerde niet verder. Hij had vanaf  10 december 1951 al een vergunning voor een cafébedrijf ter plaatse van de Zeemeeuw en wat later een woonvergunning voor Strandweg 6.

1985, de Rijnmondraad stelt voor Voornes duin een stiltegebied vast. Dat  wordt niet direct van kracht. Op zich is het kolder om in dit gebied onder het wachtgebied voor het vliegverkeer van Schiphol en Zestienhoven en onder de rook van de Maasvlakte en de Botlek een stiltegebied te willen handhaven, met alle beperkingen voor de ter plaatse wonenden. Zo iets kan hooguit dienen om milieufanaten een motief tot hinderen van de plaatselijke bevolking in handen te geven 

13-07-1984 komt het hoofd van gemeentewerken, de Heer Windt naar Jaap Boutkam om hem mee te delen, dat zijn tent  tijdelijk weg moet, omdat binnen een maand de Dijkring de buitenste duinregel gaat ophogen en versterken. (had de Dijkring geen capabele mensen in dienst om dat zelf te vertellen? Of  was de Dijkring bang voor een schadeclaim wegens inkomstederving?). 07-03-1985 paviljoen “de Zeemeeuw” gesloten wegens de werkzaamheden aan de duinregel. 17-05-1985 paviljoen weer geopend op de nieuwe locatie. Op verzoek van Jaap Boutkam geeft de Dijkring volgende vergunning af:

 

Waterschap de Brielse Dijkring  Vergunningnr.: 86.03.047

DIJKGRAAF EN HEEMRADEN VAN HET WATERSCHAP DE BRIELSE DIJKRING –

- naar aanleiding van het gedane verzoek van J. Boutkam jr. d.d. 3 maart 1986,

B E SL U 1 T E N  :

 Ingevolge de Keur van het waterschap, artikel 16 en 23

        aan   naam :     J. Boutkam jr. adres  :  p/a Strandpaviljoen 'De Zeemeeuw',

  Strandweg. verder vergunninghouder genoemd, vergunning te verlenen tot het hebben en onderhouden, voor de tijd van 30 jaren, van een strandpaviljoen met terras en gasbrandstoftank op het strand te Oostvoorne ter hoogte van rijksstrandpaal 6.800, ter noordoostzijde van de daar aanwezige duinovergang;

 

  

Brielle, 18 maart 1986.

 Dijkgraaf en heemraden voornoemd,

Deze vergunning is door bemiddeling van de advocaat van J. Boutkam tot stand gekomen en gelijk is door bemiddeling van de Dijkring een vergunning  van het ZHL afgekomen, met een inperking van het autogebruik. De provincie Z-H floot het ZHL op dit laatste punt terug.

31-05-1986 De zandsuppletie op het z.g. autostrand is beëindigd en er komt een groots heropeningfeest. Op 29 mei 1986 komt er een feestelijke Autostrandkrant uit met de aankondiging van een feestelijke heropening van het autostrand op zaterdag 31 mei 1986. Er is een commissie gevormd om het feest te organiseren met C. Woudenberg als    coördinator, die in een kort dankwoord B. Braber, J.M. Hoffmann, Ang. Noordermeer, W.A. Staat, F. van der Velden en G. de Vries, bedankt voor hun inzet  en de gemeente Westvoorne, de Dijkring, de Dienst Rijnmond, de Oostvoornse Zakenliedenvereniging en de VVV voor hun financiële hulp. Er staat ook een programma in met demonstraties parachute springen, demonstraties van de Citroënclub Waggel, luchtkussen springen voor de kinderen, stuntvliegen. Er staan ook twee artikelen in, één van ing. G. de Vries van de Dienst Rijnmond en één van Dijkgraaf Noordermeer.

De Vries verklaart, waarom er nu nog over de dienst Rijnmond gesproken wordt, terwijl die per 1 jan. 1986 is opgeheven. Er moeten nog taken worden uitgevoerd en daarom is er tot aan 1987 een begroting opgesteld door Rijnmond gedurende 1986.

Voor  de Dijkring stond vast, dat het autostrand behouden moet blijven. Dat valt helemaal verkeert bij Natuurmonumenten en het ZHL. Zie onderstaande brief:

Geachte Heer Borgman,

In Oostvoorne ligt het zgn. autostrand. Het is inzet van een geschil tussen NM en ZHL enerzijds en een heropeningcomité anderzijds. Omdat het niet uitgesloten is, dat burgemeester Hoffmann U hierover benadert, stel ik er prijs op U over onze (NM en ZHL)zienswijze te informeren.

Men wil het autostrand 31 mei a.s. feestelijk openen. Een plaatselijk comité met o.a. Hoffmann en Rijnmond districtshoofd de Vries koos ervoor dit te doen met een stuntvliegdemonstratie, motorbehendigheidswedstrijden, modelvliegtuigjes etc. - deels lawaaisporten dus. Het autostrand ligt pal naast een natuurgebied van formaat. Het comité heeft zich dit niet gerealiseerd. Evenmin, dat het strand deels eigendom is van onze organisaties. Men heeft ons niet ingelicht en wij hebben e.e.a. uit de krant vernomen. Ons protest over procedure, aard van het programma en het feit dat dit uitgerekend in de broedtijd o.a. naast een grote aalscholverkolonie  moet plaatsvinden komt dus laat en organisatorisch slecht uit. 

Het gebruik van het strand is destijds door Rijnmond in een recreatieverordening geregeld. Voor dit soort evenementen is een vergunning nodig. Bij de afgifte daarvan moet met de belangen van de eigenaars (wij dus) rekening worden gehouden. Men vond.het niet nodig over een dergelijke vergunning te beschikken (dat hoeft kennelijk niet als je zelf  iets organiseert). Het gehele gebied is bovendien als stiltegebied aangewezen. De verordening is echter nog niet door de Kroon goedgekeurd en is dus formeel nog niet van kracht. Het evenement zou in elk geval vergunningplichtig zijn en het is m.i. maar zéér de vraag of het binnen de verordening past. Ik acht het echter niet meer dan fatsoenlijk als men zich aan de intentie van de aanwijzing en verordening houdt. Rijnmondman de Vries had hiermee geen rekening gehouden. Ik had inmiddels samen met dhr. van der Berg (ZHL) een gesprek met burg. Hoffmann en een deel van het heropeningscomité. Uiteraard speelde het feit, dat het inmiddels openbare programma geen veranderingen meer kon velen, een grote rol. Niettemin maakten we belangrijke afspraken.

Eén daarvan was, dat de al genoemde lawaaiigste onderdelen van liet programma getoetst worden op hun aanvaardbaarheid en evt. beste uitvoeringswijze door de Inspecteur Milieuhygiëne, en wel in de geest van de verordening stiltegebieden.

Ook zullen de  normaal benodigde vergunningen voor dit evenement moeten worden aangevraagd (en verkregen). Dit laatste  vereist de medewerking van GS als verlenende instantie. In verband hiermee zal burgemeester Hoffmann u vermoedelijk  benaderen. Ik zou het uiteraard zeer op prijs stellen als u het voorkomen van overlast in de natuurgebieden als randvoorwaarde voor het evenement – zoals hierboven gesuggereerd – bij de vergunningverlening laat hanteren. Het ZHL vroeg in een brief aan GS van 22 mei 1986 overigens af te wijzen.

Ten slotte kwamen wij met Hoffmann en de Vries overeen dat voor 1 maart 1987 een regeling van verantwoordelijkheden en bevoegdheden t.a.v. het gebruik van ons eigendom als autostrand moet zijn overeengekomen. Wij vragen hier al jaren om, maar voor de Vries heeft dit absoluut geen prioriteit.

 Een signaal van bovenaf, dat hij dit serieus moet nemen zou op zijn plaats zijn.

Met vriendelijke groeten,

 

Deze brief  is in de dik gedrukte passages een perfecte demonstratie van gekwetste ijdelheid. Overigens is het al vele jaren duidelijk, dat vooral vogels binnen Nederland al vergaand gedomesticeerd zijn, en zich van de aanwezigheid en de geluiden van mensen niets aantrekken, als ze  er al niet expres op afkomen om een hapje mee te pikken. Trouwens de natuurorganisaties hebben er als dat zo uitkomt geen moeite mee grote grazers in de winter binnen afgesloten terreinen te laten creperen van de honger, dus waar halen ze de pretentie vandaan dierenbelangen te verdedigen?

Er wordt nadrukkelijk gesteld, dat het strand  onze grond is maar het ZHL heeft al jaren lang geen pacht of huur gevraagd van Boutkam en gedoogd, of misschien wel geen benul gehad, dat de gemeente pacht ontving voor het gebruik van andermans grond.

Maar dan komt plotseling 17 mei 1987 J. v.d. Berg van het ZHL bij Boutkam naar binnen en dicteert hem een brief, die hij naar de gemeente moet sturen om de ten onrechte gebeurde pacht van de gemeente terug te vorderen en dat geld aan het ZHL over te maken. Op 16 februari 1988 komt daar een antwoord op:

 

Aan de heer  J. Boutkam

Kleidijk 10

Betaalde pacht                  3233 LK  Oostvoorne

Naar aanleiding van uw brief van 29 januari 1988 waarin u uw reactie geeft met betrekking voor de door ons met u gesloten pachtovereenkomst delen wij u het volgende mede. Nog- maals is door ons onderzocht of de door u betaalde pachtsommen onrechtmatig zijn betaald. Naar onze mening is er echter sprake van in overleg met u gesloten overeenkomst tot het betalen van een pachtbedrag. Er was derhalve sprake van wilsovereenstemming. Voorts blijkt uit onze gegevens niet dat de vorige standplaats heeft gestaan op dat gedeelte van het strand wat eigendom was van het Zuidhollands Landschap.

Wij zien derhalve geen aanleiding om het door ons ingenomen standpunt te wijzigen.

Burgemeester en wethouders van Westvoorne,

 

Dit briefje doet niet prettig aan. Mw.  Bosua was in die tijd in functie als loco-burgemeester. Of  het strand in het betrokken tijdvak nu wel of niet eigendom was van het ZHL doet er niet toe. Het was hoe dan ook geen eigendom van de gemeente Westvoorne. Dat Jaap Boutkam niet precies wist hoe de vork in de steel zat is niet van belang en  hem niet te verwijten.

Om een horecabedrijf met Volledige Vergunning te exploiteren heeft men een vergunning nodig. Daar mag eenmalig  administratiekosten voor gevraagd worden, maar pacht voor gebouw en/of  grond moet naar de eigenaar. Het handelen van de loco-burgemeester is fout geweest. Als zij ook niet wist hoe het precies zat met de eigendom, dan had zij de beweringen van J. v/d Berg serieus moeten nagaan.

25 juli 1987 een vergunning van het ZHL t/m 1 mei 1995 met een pacht van Hfl.  2740,00 voor de “Zeemeeuw”.

Ondertussen zijn de verschillende verhoudingen flink verstoord. De Natuurorganisaties willen de auto’s van het strand hebben,  willen de woonfunctie van de Zeemeeuw niet erkennen, sturen de post voor Boutkam hardnekkig naar de Kleidijk 10, i.p.v. naar  Strandweg 6.

Het ZHL wil eigenlijk een groot deel van de verharding van de strandweg opbreken. Er is steeds geharrewar. Het openbaar lichaam Rijnmond is opgeheven, maar er verschijnt het Recreatieschap Voorne, Putten Rozenburg, waar de bevolking van Westvoorne geen behoefte aan heeft, en dat zo divers en van hot naar her bijeengevoegd is, dat lokale belangen grondig ondersneeuwen. Het hoofd van de technische dienst van Rijnmond, ing. G. de Vries, schuift in de loop van 1986 door naar de functie van hoofd van het Recreatieschap VPR. En dan komt er weer wrijving, wie nu de regels voor het Strand te Oostvoorne stelt. En alle oude vetes keren terug. De gemeente wil wel zeggenschap, maar geen geld op tafel voor beheer. Het recreatieschap VPR wil de regels stellen, maar de Natuurorganisaties staan op hun eigendomsrecht.

Vanaf 1902 tot het moment, dat de derde directeur, M. Warbout Wzn., zich terugtrok omdat de eigenaren van de gronden het beheer aan zich gingen trekken hebben de opeenvol- gende directeuren, Van Dijk, Van Iterson en Warbout zich eigengereid en vooral tegenover de plaatselijke bevolking arrogant gedragen. Door te veel verschillende petten, die ze konden opzetten en onvoldoende sturing vanuit de familie Van Hoey Smith liepen ze als het ware automatisch naast hun schoenen. Dit gedrag werd  door de top van Natuurmonumenten en ZHL gecontinueerd.

 

Raadsvoorstel 1988                     Rockanje, 16 augustus 1988

Volgnr. 118

Raadsvergadering van 29 augustus 1988, Raadsagenda nr. 25

Onderwerp.                                                            Aan de gemeenteraad.

overeenkomst met Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland inzake gebruik van gronden ten behoeve van de exploitatie van het autostrand te Oostvoorne

'Teneinde het gebruik van het autostrand te Oostvoorne gedurende de komende 10 jaren te continueren is mede op verzoek van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland overeenstemming bereikt over het sluiten van een overeenkomst voor het gebruik van gronden ten behoeve van de exploitatie van een autostrand.

Gelet op vorenstaande stellen wij u dan ook voor de hierbij gevoegde overeenkomst met genoemde vereniging aan te gaan. Naar verwachting zal binnen afzienbare tijd tevens overeenstemming bereikt worden met de Stichting Zuid-Hollands Landschap,  eveneens eigenaar van een gedeelte van het autostrand.

De commissie Algemene Zaken kan zich met dit voorstel verenigen.

Burgemeester en wethouders van Westvoorne,

 

De Stichting Behoud Autostrand heeft kopie van de overeenkomsten, maar die zijn zo groot dat van publicatie in dit stuk is afgezien. Het is echt een politiek stuk in de zin van beslissing voor je uit schuiven tot je opvolger het verder mag regelen, maar aan de tegenstander gegronde verwachtingen geven, dat hij uiteindelijk zijn zin zal krijgen, dan heb je voor de rest van je zittingsduur rust. De loco-burgemeester was niet echt geïnteresseerd in de recreatie van de bevolking.

Hoe de ellende echt begon

Het ontwerp Beleidsplan Voordelta van augustus 1991

Op blz. 32, 33, en 34 van dit rapport staat een overzicht deelnemers organisatiestructuur Beleidsplan Voordelta.  (per 12 augustus 1991). Dit beslaat 3 blz. en  wie belangstelling heeft  kan dat in de overheidsarchieven nagaan.Het betreft 47 personen, te  weten  29 ambtenaren, 9 bestuurders en 9 indirect gekozen bestuurders. Geen enkele rechtstreeks gekozen vertegenwoordiger uit de gemeente Westvoorne is bij  het VOOROVERLEG betrokken. Maar het gaat wel over het afsluiten van het strand van Oostvoorne, toch echt wel een locale zaak. Verder zijn de hiervoor genoemde personen uit een zo groot ambtelijk veld gekozen en zo ruimtelijk gespreid over het plangebied, dat elk plaatselijk belang door een handige voorzitter volkomen platgewalst kan worden. Tot zo ver  de samenstelling van de groep deelnemers aan het overleg.

Het beleidsplan Voordelta is een 6 mm dik rapport, dus niet geschikt voor weergave binnen dit stuk, maar er zijn wel twee heel duidelijke tekeningen uit dit rapport overgenomen. Verder staan er wel een aantal merkwaardige uitspraken in. Een van die uitspraken is, op blz. 21: “Door de natuurlijke ontwikkeling verliest het autostrand van Oostvoorne zijn aantrekkelijkheid. Het wordt verboden met surfplanken vanaf het autostrand te water te gaan. Een strook van 300 meter breed  vanuit de Laag Waterlijn is niet meer toegankelijk maar krijgt het accent natuur. Dit gaf een storm van protest vanuit de lokale bevolking. Dit protest werd goed onderbouwd wat de projectleider drs. J.S.L.J. van Alphen er toe verleidde zich laatdunkend en agressief tegenover de bevolking op te stellen. Hij paste daarmee naadloos in het standaard patroon van de N.V.V.D. zoals dat door de eerste directeur van Dijk en zijn opvolgers werd gepraktiseerd.

Er rijst een storm van protest in Westvoorne, vooral in de kern Oostvoorne. Er komen protestbrieven en de heer van Alphen krijgt als projectleider een flink deel van het protest op zijn adres binnen. Hij weet in woord en geschrift zijn minachting voor de plaatselijke bevolking zo goed duidelijk te maken en met zo veel verve uit te dragen, dat opheffen van het strand van boven af, ondanks de gevoelens van de plaatselijke bevolking, doorgedrukt gaat worden, dat op 3 maart 1992 de Stichting Behoud Recreatie Autostrand Oostvoorne ten kantore van de notaris mr. P.J. Buijtink ter standplaats Brielle wordt opgericht. Binnen één  weekeinde verzamelt het bestuur van de nieuwe Stichting ruim 6000 handtekeningen als adhesie betuiging, die direct daarna op het gemeentehuis van Westvoorne zijn ingeleverd en later spoorloos verdwenen blijken. Er komt onder verantwoordelijkheid van het nieuwe  stichtingsbestuur een Autostrand Krant uit.

14 mei 1992 Nota van Antwoord Beleidsplan Voordelta  en  Voorlopig vastgesteld Beleidsplan Voordelta.

Ondertussen komen er meer negatieve geluiden over het beleidsplan: in de kampioen nr. 9 sept. 1992 spreekt de Hoofddirecteur mr. P.A. Nouwen van de A.N.W.B. zijn zorgen uit over de stiefmoederlijke benadering van de open lucht recreatie.  20 oktober 1992 schrijft de Provinciale Raad voor Recreatie en Toerisme in Zuid-Holland een brief naar het College van Gedeputeerde Staten van    Z-H om haar beklag te doen, dat de Toeristisch-Recreatieve Sector  geheel buiten het beleidsplan Voordelta gehouden is.

Nu het plan om de Voordelta in zijn geheel tot een Beschermd Gebied te gaan verklaren vaste vorm gaat aannemen moet er een beheersplan komen. Men wil het in de vorm van een Convenant van alle partijen doordrukken en de Burgemeesters moeten de gemeenteraden over de streep trekken. Mw. I. van Assen, toenmalig burgemeester van Westvoorne doet haar uiterste best de  Raad het convenant te doen tekenen, maar een meerderheid van de Raad wil dit niet en verbiedt haar verder aan besprekingen  deel te nemen. In een vergadering van 4 november 1992 doet zij hiervan mededeling. In het verslag staat op blz. 6 en 7 :

“Door mw. Van Assen wordt gemeld,  dat het voorstel van B & W van Westvoorne om het Beleidsplan Voordelta te accorderen,  door de gemeenteraad is afgewezen. De raad is van oordeel, dat er op dit moment nog onvoldoende zekerheid bestaat omtrent    de recreatieve compensatiemogelijkheden in Oostvoorne,  bij afsluiting van het Autostrand. en zich terugtrekt uit het bestuurlijk overleg Voordelta.”

“Het Bestuurlijk Overleg is van mening, dat er naar moet worden gestreefd, om via een goede uitwerking van alternatieven voor het autostrand en een goed inrichtingsplan zoveel draagvlak te creëren, dat de gemeente Westvoorne in een later stadium weer bij het Voordelta-overleg kan aanhaken.”   Dat is tot nu toe (2005)  niet gelukt.

3 mei 1993 wordt Vorm in Verandering voorgesteld als definitieve tekst van het beleid Voordelta. Het blijft een, VOOR ONS, onacceptabel stuk. 11 oktober 1993 wordt het Convenant getekend, behalve door Westvoorne en Rotterdam. Rotterdam zal later alsnog tekenen. Een convenant is een overeenkomst waarin partijen zich verbinden hoe in een bepaalde zaak te handelen. Maar alleen de partij die zich duidelijk akkoord verklaart is hierdoor gebonden. Westvoorne is niet aan het plan Voordelta gebonden, want tekende niet!!

Men gaat gewoon door alsof  iedereen het volledig eens is met Vorm in Verandering en gaat weer buiten de bevolking om een gebiedsvisie voor de Kop van Voorne  ontwikkelen. 16 augustus 1994 wordt onder embargo tot 24 augustus  16.00 uur het stuk “Ontwerp Gebiedsvisie Kop van Voorne” naar de Gemeenteraadsleden van Westvoorne gezonden. De provincie zal voor de raad op 22 augustus  een presentatie geven. Pas op 20 september 1994 om 19.30 uur  komt er een presentatie voor de bevolking. Na  afloop van het embargo gaan raadsleden met het stuk naar hun achterban en er steekt weer een storm van protest op. De gedeputeerde groen van Z-H, mw. Lynde Blok durft niet naar Westvoorne te komen voor de presentatie en zegt op het laatste moment af. Van Marion kan op zo korte termijn zijn zaal niet kwijt, de belangstellenden kunnen niet meer gewaarschuwd worden  en in overleg met de Stichting Autostrand zal het bestuur van deze stichting de avond leiden en de plannen bekend maken. Die avond wordt een groot succes voor het Stichtingsbestuur en een afgang voor de provincie. De gedeputeerde groen zoekt via de bestuurlijke secretaris van het recreatieschap VPR, de heer Sala, contact met ons om uit de impasse te komen. Wij gaan direct op de uitnodiging in en in 4 korte besprekingen, waarvan de laatste 3 met mw. Dootjes en de heer Gast van de dienst groen van Z-H   er bij, ligt er een compromis op tafel. Op 24 febr. 1995 gaat er een persbericht uit namens GS Z-H waarin het compromis bekendgemaakt wordt.

PERSBERICHT

95046

24 februari 1995

VOORSTEL VOOR GEBRUIK STRAND VAN OOSTVOORNE

Gedeputeerde Staten (GS) van Zuid-Holland en de Stichting Behoud Recreatie Autostrand Oostvoorne zijn het eens geworden over het toekomstige gebruik van het strand van Oostvoorne. Eind augustus 1994 is de verdere behandeling van de concept-gebiedsvisie Kop van Voorne -het westelijke gedeelte van het eiland Voorne- opgeschort op grond van een groot aantal afwijzende reacties vanuit Oostvoorne. Met name bovengenoemde stichting die zich sterk maakt voor het behoud van het  Autostrand, trad daarbij op  de voorgrond. De oorspronkelijke ontwerp-gebiedsvisie gaf mogelijkheden aan voor natuurontwikkeling in relatie tot verbetering   van de recreatie en landbouw. De visie ging uit van de sluiting van het strand van Oostvoorne voor auto's en verplaatsing van het strandpaviljoen.

route tot strandpaviIjoen

GS hebben besloten in te stemmen met het behoud van het strandpavilioen , De Zeemeeuw' op de huidige plaats en het bereikbaar houden van het paviljoen via een nieuw aan te leggen, voor auto's toegankelijke route tot het strandpaviljoen.Het strand zelf wordt gelijktijdig voor auto's ontoegankelijk gemaakt. Ter hoogte van het paviljoen worden parkeerplaatsen voor de lokale behoefte voorgesteld.

bemiddeling

De heer Sala, bestuurlijk secretaris van het Recreatieschap Voorne Putten Rozenburg, heeft bemiddeld in het conflict tussen de stichting en de provincie Zuid-Holland. Een en ander heeft ertoe geleid dat de ontwerp-gebiedsvisie niet zal worden vastgesteld  zoals in eerste instantie de bedoeling was. Een aantal elementen uit dit ontwerp worden opgenomen in een integrale visie waarin ook de belangen van andere sectoren zoals landbouw en recreatie) op evenwichtige wijze worden ingebracht. Ook zal de afstemming met het interim-streekplan voor de Stadsregio Rotterdam verder worden uitgewerkt.

klankbordgroep

GS gaan een brede klankbordgroep met een onafhankelijke voorzitter instellen in samenwerking met het Havenbedrijf Rotterdam. Deze klankbordgroep zal enkele malen per jaar bijeenkomen. De klankbordgroep moet de ontwikkelingen rond de Maasvlakte volgen en afstemmen op de omgeving, in het bijzonder Oostvoorne en Rockanje (gemeente Westvoorne). De klankbordgroep zal zorgen voor een goede afstemming van de ontwikkelingen rond de  (2e) Maasvlakte op natuur, landschapsontwikkeling en recreatie zodat deze op een evenwichtige wijze kunnen samengaan. Voor de klankbordgroep worden benaderd het Havenbedrijf Rotterdam, het college van B&W van Westvoorne, overlegorgaan Stadsregio Rotterdam, Recreatieschap Voorne Putten Rozenburg, Stichting Behoud Recreatie Autostrand Oostvoorne en de natuurbeschermingsorganisaties Zuidhollands Landschap en Natuurmonumenten.

statencommissie

De voorstellen zullen in maart in de statencommissie Groen worden besproken.Gedeputeerde Blok zal op korte termijn nader overleggen met de stichting. Daarna zal met betrokken organisaties en eigenaren, zoals de natuur- en milieuorganisaties, het waterschap De Brielse Dijkring en Rijkswaterstaat overleg plaatsvinden.

Noot voor de redactie: , Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de afdeling Communicatie, telefoon 070 - 4416135 14417531.

 

Er komen verkiezingen,  mw. Lynde Blok keert niet terug, pas na herhaald vragen wie de nieuwe gedeputeerde groen wordt krijgen wij  contact met de nieuwe gedeputeerde, drs. G. Brouwer. Deze contacten verlopen moeizaam. 21 sept. 1995 wordt overeengekomen, dat de provincie Z-H enkele onderzoeken gaat doen. 30 mei 1996 zijn wij pas in het bezit van de originele stukken van dit onderzoek. Er blijven vele vragen over.  Op 4 brieven met vragen komt geen antwoord. Brouwer gaat er van uit, alle partijen het eens moeten zijn  over de uitgangspunten. Hij vergadert echter, zonder ons uit te nodigen, met anderen over het autostrand. Wij komen er achter, dat dit ook op 4 okt. 1996 het geval zal zijn en grijpen in door in een rondschrijven aan de deelnemers voorlichting te geven over het niet loyaal uitvoering geven aan het compromis Blok door haar opvolger Brouwer. Staande de vergadering wordt Brouwer onbehoorlijk bestuur verweten vanuit PvdA, VVD, CDA en SGP.  

Wij horen of zien niets meer van Brouwer, maar lezen op blz. 17 van het Rotterdams Dagblad van 8 maart 1997 het volgende:

Den Haag—Gedeputeerde G. Brouwer wil het debat over de tweede Maasvlakte afwachten voordat hij verder werkt aan de sluiting van het autostrand van Oostvoorne. Tot verbijstering van het Rotterdamse CDA-statenlid L.M.M. Bolsius zei de P.v.d.A.- gedeputeerde gisteren in de statencommissie Milieu & Rotterdam dat hij pas op de plaats maakt.

“Waarom  zou ik mensen tegen me in het harnas jagen, als toch blijkt dat de effecten van de tweede Maasvlakte op het Voornes Duin zodanig zijn, dat de natuurontwikkeling die we beogen met de sluiting  van het autostrand  niet haalbaar is?” aldus Brouwer. Bolsius vond het te gek voor woorden. Na zo lang onderhandelen met het ZHL en de gebruikers van het autostrand (oh ja?, waar waren wij dan? Na de afgang van Brouwer op de vergadering van 4 oktober 1996 hebben wij niets meer van Brouwer vernomen. Later bleek, dat hij in zijn functie met gemeenschapsgeld  heeft gebankierd en de commissaris Mw. Leemhuis-Stout in zijn val meesleurde. Deze laatste heeft gelukkig een andere, goedbetaalde functie verworven.  Bolsius heeft na zijn kritiek van onbehoorlijk bestuur kennelijk nergens meer naar omgekeken). Het is volgens de CDA misplaatst  om het verloop nu ineens te laten afhangen van  een autonome ontwikkeling rond de  maasvlakte, aldus Bolsius. Maar hij kreeg geen bijval van de commissie en dat betekent in de praktijk dat de gedeputeerde z’n eigen zin kan doen.

Tot zo ver het Rotterdams Dagblad

Brouwer bleef ons negeren, nam onverwacht zelf ontslag als gedeputeerde, waarna al snel bleek, dat hij door bankieren met gemeenschapsgeld aanzienlijke verliezen had geleden. Hij sleepte mw. Leemhuis-Stout, de zittende commissaris, mee in zijn val. Gedeputeerde Van der Sar nam zijn portefeuille over en negeerde onze Stichting consequent. De exploitant van paviljoen de  Zeemeeuw, J. Boutkam werd met enige regelmaat lastig gevallen met intimiderende geschriften van het ZHL, overwegend geadresseerd Kleidijk 10 i.p.v. Strandweg 6.

Er werden rapporten gemaakt, o.a. door de Grontmij “Een nieuwe plek voor de Zeemeeuw”  ingediend 28 mei 1998, wat een  geheel vrijblijvende exercitie was, omdat er geen overeenstemming was over de plannen.

17-10-2000 belegde de P.v.d.A. een bijeenkomst betreffende het rapport “Visie en Durf” wat ook weer een volkomen vrijblijvende proefballon was. Als eerste spreker komt een vertegenwoordiger van het ZHL aan het woord. Hij legt sterk de nadruk op het uitgaan van internationale afspraken als vogelrichtlijn, wetlands, herstel  eb en vloed in kustwateren en het sluiten van het autostrand. Als compensatie zullen bestaande wegen op Voorne en Putten als fietspaden worden ingericht. Het Sipkesslag wordt dan ook een openbaar fietspad. Dus een fopspeen!!

Als 2e spreker de wethouder havenzaken van Rotterdam. Goed beschouwd komt zijn verhaal neer op een keiharde belofte van Rotterdam, dat de stad zich niet zal verzetten tegen natuurprojecten, waar de haven geen last van heeft, en die niet door  Rotterdam betaald hoeven te worden. Na de sprekers krijgt de zaal de kans het rapport tot op de grond toe af te branden en met hoon te overladen.

Een voorstel in de vorm van een Nota van Gedeputeerde Staten aan  statencommissie Rijnmond (SCR) gedurende het dienstjaar 2001. Hier wordt een convenant tot o.a. aanleg van fietspaden  en het sluiten van het autostrand aan de orde gesteld, waarbij de provincie gemeenschapsgeld gaat gebruiken om Jaap Boutkan uit te kopen en daarna de Zeemeeuw af te breken. Hier wordt weer het versleten en vele malen weerlegde argument van het onaantrekkelijk zijn van het autostrand opgevoerd, wat direct aantoonbaar onjuist is door publicatie van foto’s van druk gebruik van het strand, tot zelfs ver buiten het strandseizoen. Is de Zeemeeuw  eenmaal afgebroken, dan kan het ZHL, zijnde eigenaar, desgewenst het strand afsluiten!!!

Onderaan blz. 4 van deze nota staat letterlijk de volgende zin: “De gemeente (Westvoorne) hecht veel belang  aan openhouden van het autostrand. Er  bestaat een actiegroep die zich hiervoor inzet en een van de coalitiepartijen, Gemeentebelangen Westvoorne, heeft  openhouden van het autostrand hoog in het vaandel staan.” Kennelijk is men zich van ons bestaan bewust.Gedeputeerde Van der Sar is de derde gedeputeerde waarmee wij vanaf 3 maart 1992 tot op heden (2005) te maken hebben of liever, niet te maken hebben, daar hij ons consequent genegeerd heeft. Recapitulerend: de eerste gedeputeerde mw. Lynde Blok sloot met ons een akkoord, de tweede, Brouwer probeerde ons een loer te draaien en toen dit mislukte  vulde hij zijn tijd met het bankieren met gemeenschapsgeld en de derde, Van der Sar heeft kennelijk de notulen van de Staten Commissie vergadering van  4 oktober 1995 niet gelezen ofwel de daarin uitgesproken opdracht voor de gedeputeerde Groen naast zich neergelegd.

Wij zijn zo vrij, dit als een groot compliment op te vatten, n.l. de kwaliteit van onze argumenten is zo doorslaggevend, dat hij meent er niet tegenop te kunnen!! Al met al blijkt, dat de mening en de gevoelens van de bevolking er bij de bestuurders niet toe doen, WAARVAN AKTE.

Artikel in het Rotterdams Dagblad van 26-09-2001 editieVoorne-Putten

Westvoorne wil toch het Autostrand open houden

“Sluiting los koppelen van aanleg fietspaden”. 

En zo tobben de bestuurders voorlopig nog even door, maar het wordt wel erg eentonig.

 

Brief aan gemeentebestuur Westvoorne:

Oostvoorne, 20 februari 2003

Edelachtbare Dames en Heren,

Het gemeentebestuur heeft er indertijd goed aan gedaan het convenant betreffende het “beleidsplan Voordelta” niet te tekenen. U heeft daarmee te kennen gegeven niet akkoord te gaan met sluiting van het autostrand. Herhaalde malen is dat standpunt  benadrukt zowel in de verkiezingsprogramma’s van de partijen, als in vergaderingen binnen en buiten de raad. Uiteindelijk ziet het er naar uit, dat de bestuurders van Westvoorne hun tot voor kort gehandhaafde standpunt hebben laten vallen. De druk zou te   groot zijn geworden.

Dit begrijpen wij niet. Volgens de Grondwet en volgens het European Charter of local selfgovernment zijn de gemeenten betreffende de directe belangen van hun burgers autonoom.  Van de recreatie wordt in de Grondwet het volgende gezegd:            “Artikel 22 GW”

1. De overheid treft maatregelen ter bevordering van de volksgezondheid.

2. Bevordering van voldoende woongelegenheid is voorwerp van zorg der overheid.

3. Zij schept voorwaarden voor maatschappelijke en culturele ontplooiing en voor vrijetijdsbesteding”.

In de preambule van het  European Charter staat het volgende (vertaling A. v. d Knaap): “Overwegende, dat het doel van de Raad van Europa is het bereiken van een grotere eenheid tussen haar leden met het doel bewaking en realisering van de idealen en de principes, die haar gemeenschappelijk erfgoed zijn;

 Overwegende dat één van de middelen waarmee dit doel kan worden bereikt is door afspraken op administratief gebied;

 Overwegende dat de plaatselijke autoriteiten een van de grondslagen van elk democratisch bestuur;

Overwegende dat het recht der burgers deel te nemen aan het leiden van de publieke zaak één van de democratische principes is, die door alle lidstaten van de Raad van Europa gedeeld worden

Overtuigd dat op lokaal niveau dit recht het meest direct kan worden uitgeoefend; Bewust, dat de bewaking en versterking van  lokaal bestuur in de verschillende Europese landen een belangrijke bijdrage is tot de bouw van een Europa, gegrondvest op de beginselen van democratie en de decentralisatie van macht;

Verklarend dat dit het bestaan meebrengt van lokale autoriteiten, begiftigd met democratisch samengestelde lichamen met beslissingsbevoegdheid op het gebied van hun verantwoordelijkheden en een grote mate van autonomie met betrekking tot die verantwoordelijkheden, wegen en middelen waarmee deze verantwoordelijkheden worden uitgevoerd en de middelen vereist voor hun voltooiing.

 Zijn het volgende overeengekomen:…

Tot zo ver deze aanhalingen.

Het tot nu toe recreatief gebruik van het autostrand is een duidelijk lokale zaak. Het gaat over amper 2 km kustlengte met voor recreatie unieke eigenschappen. Het omvat bij laag tij zo’n 50 ha speelterrein van hard zand en een oppervlakte ondiep water van zo’n 20 ha met weinig stroomsnelheid. Buiten één of enkele horecaondernemers heeft dit strand geen economische waarde. Het is gewoon een stuk onland, dat allen maar geschikt is voor meer ruige vormen van recreatie, en daar ook vaak voor gebruikt. 

berichtje in de lokale pers (gratis reclame)

Bestuur Stichting Autostrand.

A. van der Knaap

Oostvoorne, vrijdag 22 oktober 2004-10-22

Vrijdag 15 oktober zou de grote dag aanbreken, dat de massale vrije recreatie op het autostrand aan banden gelegd zou worden. Nu eist zoiets voorbereiding, dus trok ik in de vooravond van donderdag 14-10 naar het strand om te kijken hoe  een en ander er bij stond.  Nu alles was klaar voor de grote dag en het zag er keurig uit.  Prachtige palen en een schitterende boom van tropisch hardhout en een stevige gegalvaniseerde paal met het verkeersbord “gesloten voor alle verkeer”. Even voelen hoe de slagboom loopt.  Prima, tot het laatste stukje van de slag. En toen moest ik even hard lachen. De boom kon niet dicht, want hij was te lang en kon met geen mogelijkheid dicht. “Wat zullen morgen de notabelen voor gek staan, als de boom feestelijk gesloten zal worden en niet dicht kan”. Ik had geen tijd om naar dit feest te gaan kijken maar hoorde later, dat vandalen de boel al gesloopt hadden, voordat de notabelen ter plekke waren. Deze vandalen hebben, ongewild, de notabelen een verschutting bespaard.. Dit vernielen kan sommigen wellicht even  een uitlaatklep geven, maar leidt tot niets. Het sluiten van het autostrand is een puur politieke beslissing en kan alleen door gerichte politieke actie worden teruggedraaid. Bij  een volgend bezoek trof ik een vuilstort aan ter plaatse van de ex slagboom. Dat was te gek. Ik heb dus bij de politie en bij de DCMR een klacht ingediend tegen vervuiling van de natuur. Nu moet ik vernemen, dat  de veroorzakers van deze vervuiling bij de Dijkring en het Zuid Hollands Landschap gezocht moeten  worden. Dat valt mij van hen tegen. Tegen elkaar opboksen met vernielingen geeft op het eind alleen maar ongelukken.

 

Stg. Tot Behoud v/h Huidige Rijnmondgebied Opgericht 9-1-1995

Secretariaat Witte de Withstr. 8 3231 CZ Brielle

Aan de Commissaris van de Koningin in Zuid-Holland,

De Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland,

De Dames en Heren leden van Provinciale Staten van Zuid-Holland.

 

Weledelgestrenge Vrouwe, Heer,

Het bestuur van de in hoofde genoemde Stichting maakt zich ernstig zorgen omtrent de, in oktober 2004 doorgevoerde,  zeer ingrijpende beperking van de recreatiemogelijkheden voor vooral actief sportende jongeren, maar ook voor de ontspanning  van slecht ter been zijnde ouderen binnen de gemeente Westvoorne.  Het betreft het afsluiten van het Noordzee strand op de kop van Voorne voor gemotoriseerd verkeer. Hierdoor worden niet alleen inwoners van Westvoorne en directe omgeving getroffen, maar tevens beoefenaren van zware behendigheidsporten vanuit een zeer wijde omgeving.

De stichting behoud autostrand heeft zich met een keur van argumenten gedurende jaren tegen het afsluiten van het strand verzet, maar is zowel door  Natuurmonumenten, het Zuid-Hollands Landschap en de provincie actief tegengewerkt en door het gemeentebestuur van Westvoorne in de steek gelaten. Het bestuur van de Stichting Behoud Autostrand heeft ons afschrift van haar dossier doen toekomen. Bestudering van dit dossier heeft bij ons de overtuiging gevestigd, dat er rondom het strand te Oostvoorne sprake is van onbehoorlijk bestuur, wat bovendien de gemeenschap onnodig geld gekost heeft.

Aangezien er binnen niet al te lange tijd nieuwe verkiezingen voor zowel de Provinciale Staten, als ook voor de Gemeenteraden komen is het naar onze mening noodzakelijk, dat de burgers van Zuid-Holland en  speciaal van Westvoorne optimaal geïnformeerd worden over de gang van zaken betreffende het Noordzeestrand op de kop van Voorne. Wij zullen onze bijdrage aan deze voorlichting geven. Om dit optimaal te kunnen doen dienen wij te weten, hoeveel gemeenschapsgeld onnodig besteed is om de actief in de open lucht sportende burgers het beoefenen van hun sport feitelijk onmogelijk te maken.

“Wij verzoeken Gedeputeerde Staten beleefd, doch dringend, op grond van de Wet Openbaarheid van Bestuur, ons op korte termijn inzicht te geven omtrent het bedrag aan gemeenschapsgeld, dat vanaf 1993 tot aan heden besteed is aan zaken de sluiting van het strand betreffende. Inbegrepen de vergoedingen voor vernietiging van eigendom en vergoeding voor te lijden inkomstenderving van gedupeerden.”

In een aparte bijlage geven wij een overzicht uit het ons ter hand gestelde archief waaruit wij de sterke vermoedens van onbehoorlijk bestuur geput hebben.

Met verschuldigde hoogachting,

Mw. M. Lievaart (secretaris}                                                      ir. A. van der Knaap (voorzitter )

 

Aan Burgemeester, Wethouders en Raadsleden van de gemeente Westvoorne 20 oktober 2004

Geachte Dames en Heren,

Opgeschrikt door alle tam-tam in de media ging ik op donderdagavond omstreeks 17.00 uur een kijkje nemen bij het Autostrand. Daar vond ik een keurig in tropisch hardhout uitgevoerde afsluitdraaiboom met bijbehorende palen. Het trof mij pijnlijk, dat men geen genoegen had genomen met betonnen palen en een eenvoudige boom. Milieubewuste mensen kiezen voor zo’n eenvoudige statusvrije afzetting toch een goedkoop en de natuur weinig belastend materiaal, maar goed wat de mond belijdt legt het vaak af  tegen duur willen doen. Ik nam de vrijheid de inderdaad keurig uitgevoerde boom eens even uit te proberen en kwam al doende tot de ontdekking, dat de boom niet dicht kon door een constructiefout. De boom was te lang. Dit nu deed mij echt deugd. Minder tevreden was ik met het geplaatste bord. Dit was het bord “afgesloten” voor alle verkeer. Maar dat is niet volgens de, tegen onze zin, gemaakte, afspraak. Men wil geen auto’s meer toelaten. Nu dan moet er een bord  “voor auto’s verboden”  staan. Hier weer de arrogantie  van de schappen, die als ze een nagel krijgen gelijk de hele arm nemen. Dit kan de raad echt niet over haar kant laten gaan. Het strand blijft open voor alle vormen van recreatie en moet dus optimaal open blijven. Alleen auto’s mogen er niet meer op, behoudens bij speciale feestelijke gebeurtenissen.

Zondagmiddag ontdekte ik, dat onverlaten de constructie van de afsluitboom geweld hadden aangedaan. Dit kan niet door tegenstanders van de afsluiting gedaan zijn, want die boom kon toch niet dicht, dus is het zinloos om zo’n duur pronkstuk, dat er voor joker bij staat, te vernielen.

Dinsdagavond vond ik een puinstort dwars over het pad waardoor het strand met rollator of rolstoel of elektrische invalidenwagen niet meer te bereiken is.  Ik neem aan, dat ons gemeentebestuur geen toestemming tot puinstort heeft gegeven. De Strandweg is nog altijd een openbare weg en die mag niet door een of andere onverlaat versperd worden. Hier dient m.i. het gemeentebestuur op te treden en zelf heb ik het initiatief genomen om het door mij waargenomen delict zowel bij de politie, als bij de DCMR  aan te geven.

Als bijlagen de 2 aangiften

Met vriendelijke groeten en in afwachting van uw acties     A. van der Knaap 

 

DCMR

’s Gravelandseweg 565

3119XT   SCHIEDAM

Oostvoorne, 20 oktober 2004

AANGIFTE

Ondergetekende,  Arie van der Knaap, geboren te Rockanje 3 april 1925, thans wonend Oostvoorne Valkenlaan 2a 3233BV heeft op dinsdagmiddag 19 oktober 2004 om 16.30 uur, in het bijzijn van de heren J. Boutkam en P. van der Hoek, geconstateerd dat er ter plaatse van de overgang van het geasfalteerde deel van de Strandweg in het ongeplaveide deel van idem, 3233 CW te Oostvoorne, afval in de vorm van grote brokken betonpuin en rioolbuizen op en langs de weg ter plaatse is gestort.

In een separaat schrijven is zowel de POLITIE als het gemeentebestuur van Oostvoorne door mij van dit feit op de hoogte gebracht.

A. van der Knaap

 

Politiekorps Rotterdam-Rijnmond

District de Eilanden

Bureau Hellevoetsluis Bruggehoofd 11 3223 DB  Hellevoetsluis

Oostvoorne, 20 oktober 2004

AANGIFTE

 

Ondergetekende,  Arie van der Knaap, geboren te Rockanje 3 april 1925, thans wonend Oostvoorne Valkenlaan 2a 3233BV heeft op dinsdagmiddag 29 oktober 2004 om 16.30 uur, in het bijzijn van de heren J. Boutkam en P. van der Hoek, geconstateerd dat er ter plaatse van de overgang van het geasfalteerde deel van de Strandweg in het ongeplaveide deel van idem, 3233 CW te Oostvoorne, afval in de vorm van grote brokken betonpuin en rioolbuizen op en langs de weg ter plaatse is gestort. In een separaat schrijven is zowel de DCMR als het gemeentebestuur van Oostvoorne door mij van dit feit op de hoogte gebracht.

 

DCMR

’s Gravelandseweg 565 3119XT   SCHIEDAM

Westvoorne, 22 februari 2005

 

Geachte Mevrouw, Heer,

Op 20 oktober 2004 is door A. van der Knaap Valkenlaan 2a een klacht bij u ingediend wegens het storten van grote brokken betonpuin geflankeerd door kapotte, inwendig vervuilde, rioolbuizen. Deze troep lag zodanig in de weg, dat het laatste stuk van de Strandweg 3233 CW te Oostvoorne versperd was. Een gelijkluidende klacht ging naar de politie en naar het Gemeente Bestuur. Tot nu toe heeft de politie opgebeld met de mededeling, dat zij geen milieuklachten aannemen, maar die doorverwijzen naar de DCMR. Het gemeentebestuur heeft alleen maar de gebruikelijke ontvangstbevestiging gezonden, maar verder niets van zich laten horen. Navraag bij enkele leden van de gemeenteraad leverde op, dat er geen Raadsbesluit tot het opheffen, resp. inkorten van de Strandweg  is genomen. Onderzoek ter plaatse toont aan, dat de rommel er nog steeds ligt. Klager heeft van u, na ruim 3 maanden, nog steeds niets mogen vernemen, zelfs geen ontvangst bevestiging. Het lijkt erop, dat klachten van particulieren soms niet in behandeling worden genomen. Dit heeft klager er toe gebracht zijn klacht over te dragen aan de twee in hoofde genoemde Stichtingen die de zaak verder met u zullen afhandelen.

 

Dames, Heren,

Ondergetekenden, bestuurders van de twee in hoofde genoemde Stichtingen, hebben bij geruchte vernomen, dat de dijkring de rommel op verzoek van het Zuid-Hollands Landschap gestort heeft, om de toegang tot het autostrand te blokkeren. Wij hebben de moeite genomen om vast enkele stukken op te vragen bij de Provinciale Staten van Zuid-Holland. Daaruit blijkt, dat het convenant, zoals dit op 5 november 2001, achter de rug van de Stichting Autostrand om, tussen Provincie Z-H, de Stadsregio Rotterdam, Gemeenten Bernisse, Hellevoetsluis en Westvoorne, de Dijkring, het Recreatieschap ZHL en Natuurmonumenten met geen woord rept over het sluiten van het strand van Oostvoorne. Kennelijk wensen de bestuurlijke organisaties geen direct aanwijsbare bemoeienis met zo’n sluiting te hebben. Het ZHL moet het kennelijk zelf opknappen. Dat is in overeenstemming met uitspraken van een aantal leden van de commissie SCR van Z-H in de vergadering van 04-10-1996 onder punt 7 dat ze het niet de taak vinden van de overheid om het strand te sluiten ter wille van de eigenaar van dit strand. Dat moesten NM en ZHL maar zelf opknappen. Reeds eerder schreef op 12-03-1996 de heer J. Kooijman, projectmedewerker Natuurbeschermingswet bij de provincie Z-H, in een notitie aan Mw. Dootjes:

“Het opheffen  van het autostrand kan juridisch, maar  of we dat ook willen is een heel andere vraag: de bestuurlijke  heisa en  de ambtelijke rompslomp, die het met zich mee zal brengen zal er niet om liegen, anders krijgt de Nbwet  weer de rol van   boeman, en daar zitten we helemaal niet op te wachten. (dus niet allerlei overheden in de rol van regisseur en de Nbwet als vangnet). Hij waarschuwde in het bijzonder voor de hoge  kosten, die afsluiting met zich zou brengen.

Wij lazen de studie “De Exploitatie van de duinen van Voorne” door de Heer H. v. d. Graaf in 1990 gepubliceerd, en leerden daaruit, dat in de 17e eeuw de duinen met het aansluitend strand op de kop van Voorne tot aan de LLWL in handen waren van de Heer Van  Wassenaar van Obdam, die het als jachtgebied exploiteerde. Het is daarna van de ene jager op de andere overgegaan, waardoor dit strand op de kop van Voorne nog steeds particulier bezit is.  Dit is een abnormale situatie, nl. het Nieuw Burgerlijk Wetboek,  boek 5 titel 3 art.26 stelt: De stranden der zee tot aan de duinvoet worden vermoed eigendom van de Staat te zijn. Normaal zijn die stranden dan in beheer bij de aangrenzende kustgemeente

Uit dit zelfde werk kwamen wij te weten, dat duin en strand onland waren en geen polderlasten betaalden, daar zij niets opbrachten. Daar de relatief brede duinkust voldoende diepte had om de veiligheid te garanderen had het Hoogheemraadschap    van Voorne voor 1940 grote bezwaren tegen strandvermaak en tegen bebouwing van de buitenste duinregel. Men vreesde schade,  maar zag ook met lede ogen, dat er nu enkele neringdoenden iets aan het strandvermaak verdienden, maar nog niets bijdroegen in de kosten van de zeewering (die echter ook geen kosten veroorzaakte). Kort en goed er was steeds weer gezeur over volk, dat de “zeewering(!)” aftrapte en niets betaalde. Tot aan 1940 heeft de Exploitatie Mij. Voornes Duin moeten procederen om de badplaatsen Oostvoorne en Rockanje tot ontwikkeling te brengen, zonder resultaat. Nu betalen alle burgers waterschapslasten, zodat de oude controverse geen rol meer mag spelen, maar die oude, geconditioneerde reflex doet zich nog geregeld gelden.

De secretaris van de Stichting autostrand vond op zekere dag enkele kopieën van brieven uit 1986 in zijn PTT-bus waaruit zonneklaar blijkt, dat Natuurmonumenten en ZHL geen feest op het strand wilden ter gelegenheid van het heropenen van het  tijdelijk gesloten strand wegens ophoging van de buitenste duinregel tot Delta hoogte. Ze probeerden de Provincie te bewegen tot een verbod op grond van geluidsoverlast in het aangrenzend unieke duingebied. (zie hiervoor www.autostrand.nl de bijlage bij  de brief aan Z-H) .Hiervan zegt Kooijman voornoemd: “Als ondanks het bestaande gebruik een natuurgebied uniek is, dan doet het bestaande gebruik daar geen schade aan.”

De exploitant J. Boutkam van de voormalige strandtent “De Zeemeeuw” heeft ons inzage gegeven in de correspondentie met de natuurorganisaties, die wij in dit stadium te gênant vinden om te publiceren, maar waaruit duidelijk blijkt, dat de frustratie over het feest in 1986 voor de natuurorganisaties de aanleiding is tot pogingen om via de provincie en de Regio Rotterdam het strand dicht  te krijgen. Uit de boekhouding van Boutkam blijkt, dat zowel NM als ZHL zich voor mei 1986 niets aan het srand gelegen lieten liggen.

Men heeft getracht het strand van Oostvoorne volledig af te sluiten door het tot natuurcompensatie voor, onder andere, Maasvlakte II te bestemmen,  en daarmee de recreatie door actief sporten en spelen op het strand in het dichtst bevolkte deel van Nederland een enorme klap toe te brengen. Er is geen enkele compensatie voor de  sporters in de open lucht voorzien, ondanks art.22 GW lid 3 dat luidt: “Zij (de overheid) schept voorwaarden voor maatschappelijke en culturele ontplooiing en voor vrije tijdsbesteding.”    

En dan gaan de Natuurorganisaties en de Dijkring puin storten op een openbare weg om het transport van mens en dier inclusief zijn sportuitrusting te blokkeren. Recent blaast de raad van State de Maasvlakte af waarmee de bestemming van Oostvoornes  strand tot natuurcompensatiegebied voor dit deel niet meer actueel is!!

Het ziet er naar uit, dat u zich in een wespennest heeft begeven en minimaal de indruk wekt partij te kiezen, waar u alleen maar   de plicht heeft de regels betreffende puinstorten te handhaven. Wij stellen, dat u hiermee ernstig in gebreke bent en wij vorderen van u, dat u opruimen van de troep op korte termijn regelt. Recente problemen met de veiligheid op het strand tonen eens te meer de noodzaak daarvan aan. Trachten sluiting van een gebied af te dwingen door de veiligheid ter plaatse moedwillig in gevaar te brengen is ontoelaatbaar.

 

Namens de twee Stichtingen,

hoogachtend,

 

Na deze briefwisseling heeft de politie direct telefonisch gereageerd, de burgemeester mondeling laten weten, dat hij alle ellende zat is en er niets meer aan doet en de DCMR na aanmaning stelt, dat de stukken beton geen puin zijn, maar verkantingen en betonnen buizen.

Maar dan toch wel kapotte verkantingen en kapotte rioolbuizen, waar hier en daar de wapening door de gaten aan de buitenlucht komt. Men kan door de zo ontstane tralievensters de korsten vuil aan de binnenkant van de buizen zien. Dan blijft er voor ons maar één weg open, en dat is de commissaris van de Koningin in Z-H verzoeken een aanwijzing te geven aan de veroorzakers van de puinstort hun rommel op te ruimen. Dat verloopt als volgt:

 

Geachte heren Verburg en Van der Knaap en mevrouw Lievaart, Naar aanleiding van uw brief van 9 maart jl. bericht ik u als volgt. De afsluiting van het strand van Oostvoorne vloeit voort uit afspraken zoals vastgelegd in het Integraal - Beleidsplan Voordelta. Dit plan is op 3 mei 1993 ondertekend door alle betrokken lokale, regionale, provinciale en landelijke overheden en partijen. Op 21 november 2001 zijn er aanvullende afspraken gemaakt in het convenant Gebiedsgerichte aanpak Voorne-Putten Rozenburg om deze sluiting mogelijk te maken. Ook deze afspraken zijn door verschillende partijen ondertekend. Op 1 oktober 2004 is het strand definitief verboden gemaakt voor voertuigen, dit na de oplevering van de parkeerplaats boven aan de duinen. Helaas is gebleken   dat de geplande middelen van afsluiting niet voldoende tegen moedwillige vernieling bestand waren. Daarom is overgegaan tot het plaatsen van betonelementen. In overleg met de gemeente en andere betrokken partijen wordt naar een andere oplossing gezocht. Bestuursdwang is hierbij niet aan de orde. Wij zien nog voldoende ruimte om er in goed overleg uit te komen.

Hoogachtend,

J. Franssen

 

Tot zo ver het antwoord van Commissaris Franssen. Dat kunnen wij niet zonder meer laten passeren, dus geven wij het volgend antwoord:

 

Aan de Commissaris der Koningin Van de Provincie Zuid-Holland

De Hoogedelgestrenge Heer J. Franssen

Wij spreken hierbij onze dank uit voor de moeite, die u genomen heeft om onze brief van 09-03-2005 te beantwoorden. Helaas zijn wij gedwongen eerbiedig, doch vastberaden in de volgende alinea's beweringen uit uw brief te weerleggen, omdat het in de procesvoering gebruikelijk is niet weersproken beweringen, als voor waar vastgesteld, te beschouwen. Wij begrijpen, dat u gezien uw vele verplichtingen en drukke werkzaamheden voor het beantwoorden van onze brief bent teruggevallen op uw ambtenaren.  Met enkelen daarvan hebben wij in het verleden negatieve ervaringen gehad. In het bijzonder door herhaalde pogingen ons buiten elk overleg te houden.

Regel 3, 4 & 5 van uw brief: U stelt hierin, dat het Integraal Beleidsplan Voordelta op 3 mei 1993 door alle overheden en partijen ondertekend is. Het gemeentebestuur van Westvoorne tekende niet. De lokale bevolking uit Westvoorne en omgeving, vertegenwoordigt door de Stichting Behoud Autostrand, die toch beslist als partij moet worden gezien is nooit met sluiting akkoord gegaan. De gemeente Rotterdam is pas veel later na lange aarzeling akkoord gegaan.

Direct na publicatie van het Ontwerp Beleidsplan Voordelta heeft de huidige voorzitter van de in hoofde genoemde stichtingen als persoon al zijn bezwaren tegen het plan kenbaar gemaakt bij de secretaris drs. J.S.L.J. van Alpben van de directie Noordzee van Rijkswaterstaat. Van Alphen wenste geen bezwaren van een particulier aan te nemen noch met hem in discussie te gaan, wat resulteerde in het oprichten van de Stichtingen.

De toenmalige gedeputeerde Groen van de provincie Mw. Lynde Blok vroeg de bestuurlijke secretaris van het Recreatieschap Voorne, Putten en Rozenburg om te bemiddelen, wat resulteerde in een compromis, zoals blijkt uit een persbericht uitgaand van gedeputeerde Staten van Zuid-Holland op 24-02-1995. drs. J.A. Gast en mw. Doodjes, toentertijd werkzaam bij de dienst groen van de provincie deden hun best achteraf aan het compromis te sleutelen. Mevrouw Blok vertrok en werd opgevolgd door drs. Brouwer. De natuurorganisaties wensten het compromis niet te accepteren, waarna de Stichting Autostrand bekend maakte dat voor haar de toestand van voor het compromis was heringetreden, dus geen ondertekening van onze kant.

De heer Brouwer trachtte met een handigheidje ons uit te rangeren, dit lukte niet. Tijdens de vergadering van de Staten Commissie Rotterdam van 04-10-1996 onder punt 7 kwam het autostrand aan de orde, waarbij de voorzitter Brouwer vanuit meer dan één partij het verwijt van onbehoorlijk bestuur naar zijn hoofd kreeg. Hij kreeg de opdracht met alle partijen gelijktijdig te onderhandelen. Dat heeft hij nooit gedaan. Hoe uiteindelijk de dames Lynde Blok en Leemhuis-Stout en de heer Brouwer zijn vertrokken is genoegzaam bekend. In uw archieven moeten de door ons genoemde stukken voor uw ambtenaren te achterhalen zijn, zo niet, dan kunnen wij die ook verschaffen. Het moge u duidelijk zijn, dat van unanieme acceptatie van de plannen Voordelta geen sprake is.

Regels 5,6,7 &8. Wij zijn niet uitgenodigd voor enig overleg ter zake en hebben ons dus ook nergens toe verbonden.

Regels 11, 12, 13 & 14. In de zomer van 1902 kwam er een stoomboot dienst tussen Rotterdam (Boompjes) naar het strand van Oostvoorne tot stand. Daar kwam in 1906 een tramverbinding (RTM Stieltjesplein) bij. De tramverbinding tot op het strand heeft het 't langste volgehouden, tot 1966. Dat stelde de minvermogende bevolking van Rotterdam Zuid in staat op goedkope wijze te recreëren op het strand. Het autobezit verving het openbaar vervoer, maar gaf ook de mogelijkheid zelf speeltuigen mee te nemen. Dit meenemen van speeltuig wordt nu abrupt onmogelijk gemaakt. De hooghartige en naar onze mening arrogante manier  waarmee de bevolking buiten spel is gezet heeft zo veel kwaad bloed gezet, dat dit niet meer goed komt. Het vertrouwen in de overheid loopt als water weg uit de samenleving. De door ex premier Wim Kok bij herhaling geconstateerde exorbitante  graaicultuur en kleptomane zelfverrijking voedt dergelijke gevoelens van onbehagen. Dit komt ook niet meer goed.

De in uw brief gesignaleerde vernielingen zijn een sein, dat de frustraties van de lokale bevolking zo hoog zijn opgelopen, dat men ten einde raad het recht in eigen hand wil nemen.

In een notitie van 12 maart 1996 aan mw. M. Dootjes schrijft de heer J. Kooijman projectmedewerker Natuurbeschermingswet bij de provincie zeer behartenswaardige dingen over de natuurbeschermingswet:

Wij halen aan: 1 historisch medegebruik.

De NbWet, het bestaande gebruik wordt gerespecteerd. Dat wordt ook vaak uitdrukkelijk  in de toelichting bij de aanwijzing vermeld, met name ook als het niet is vermeld, is dat doorgaans het beleid. De reden voor dat beleid is drieledig:

1 .    Vrijwel alle gebieden zijn aangewezen vanwege met name de bestaande waarden. Die bestaande waarden zijn dus ontstaan en in stand gehouden, zo niet dankzij dan toch ondanks het bestaande gebruik. Het bestaande gebruik heeft dus het voordeel van  de twijfel.

2.     Maar ook als er geen twijfel is dat het bestaand gebruik schadelijk is, grijpen wij meestal niet in. Bij bestaand gebruik is de rechtszekerheid namelijk zwaarder in het geding. ... enz.

3.     Tenslotte is de kans dat er een schadevergoeding ex artikel 18 Nbwet moet worden betaald aan een aanvrager die zijn bestaande gebruik niet kan voortzetten, veel groter dan bij nieuw gebruik. Een reden te meer om er als bevoegd gezag voorzichtig mee om te gaan".

Uiteindelijk concludeert Kooijman dat opheffen van het autostrand juridisch kan maar ... "Of we dat ook "willen is een heel andere vraag: de bestuurlijke heisa en de ambtelijke rompslomp die het met zich mee zal brengen zal er niet om liegen ... Anders krijgt de Nbwet weer de rol van boeman, en daar zitten we helemaal niet op te wachten (dus niet allerlei overheden in de rol van regisseur en de Nbwet als vangnet) ". Tot zo ver Kooijman.

Deze Heer Kooijman had wel een vooruitziende blik, we zitten nu midden in de voorspelde heisa.

Er zijn duidelijk signalen afgegeven, dat voorzichtigheid met gemeenschapsgeld geboden is. Kooijman was duidelijk genoeg. De onbevooroordeelde lezer van het dossier komt al snel tot de conclusie, dat voor de dames en heren Regenten van Natuurmonumenten & ZHL de eigen speeltjes en de gekwetste ijdelheid belangrijker zijn, dan het door sport en spel in de open  lucht onderhouden van de lichamelijke conditie van de gewone man / vrouw.

Naar de mening van de Stichting Autostrand is het heel moeilijk om met alle lawaai, stank, stof en lozingen in lucht en water vanuit de industrie van Botlek en Maasvlakte en van de Waterweg (denk aan de TCR-affaire, brand in de Keilehaven) vol te houden dat de recreanten in het betreffende gebied DE BRON van natuurbederf zijn.

Wij zien maar één oplossing: aangezien artikel 26 van het Burgerlijk Wetboek luidt

"De stranden der zee tot aan de duinvoet worden vermoed eigendom van de Staat te zijn"

is particulier eigendom van een strand dus een uitzondering. In de 17de eeuw zijn op Voorne jachtgronden in particuliere handen gegeven, inclusief het strand tot aan de laagwaterlijn. Gezien het gemak waarmee de grond   van agrarische ondernemers aan die ondernemers onttrokken wordt, kan een stuk onland, dat uiteindelijk alleen maar als speelzandbak te gebruiken is, aan natuurorganisaties onttrokken worden en door de Rijksoverheid in beheer van de gemeente worden gegeven met de opdracht optimale speel- en ontspanning voor de bevolking te garanderen, inclusief goede toegankelijkheid.

Daarmee is een gewoonterecht van meer dan 100 jaar hersteld. Zo als het nu gaat, escaleert de zaak steeds meer. Dat was al een aantal jaren geleden door de heer Kooijman duidelijk voorspeld. Het geheel overziend is er door ZHL en Natuurmonumenten misbruik gemaakt van emotioneel tot stand gekomen regels voor natuurbescherming, die geheel losgezongen zijn van de reële belangen van het volk, en puur elitair hobbyisme van een zeer kleine groep dienen. Daar heeft de provincie Z-H zich voor laten spannen en er geld aan opgeofferd.

Wij communiceren met onze achterban via het internet waarbij veel informatie gegeven wordt.                                                  Zie www.autostrand.nl

 

Met verschuldigde eerbied en hoogachtingp

 

Hier komt het volgende antwoord op:

Geachte heer / mevrouw,

Naar aanleiding van uw brief van 23 april jl. bericht ik u als volgt.

Zoals ik in mijn brief van 14 april jl. reeds heb aangestipt, vloeit de afsluiting van het strand voort uit afspraken die zijn vastgelegd in het Integraal Beleidsplan Voordelta. Deze is door vele lokale, regionale, boven regionale en landelijke overheden en partijen ondertekend op 3 mei 1993. Op 21 november 2001 zijn er met een selecter aantal partijen, aanvullende afspraken gemaakt in het convenant Gebiedsgerichte aanpak Voorne-Putten Rozenburg. Het is voor alle betrokken bestuurders en partijen altijd duidelijk geweest dat de sluiting het einddoel was.

Op 1 oktober 2004 is het strand definitief verboden gemaakt voor voertuigen, dit na de oplevering van de parkeerplaats boven aan de duinen. Ik vraag nogmaals uw begrip voor dit door zeer velen gedragen standpunt.

Daarom geloof ik dat verdere correspondentie niet erg veel zin heeft.

Hoogachtend,

J.Franssen

Tot zo ver de commissaris van de Koningin in Zuid-Holland. Laten wij deze brief op ons inwerken, dan staat er dat benoemde en indirect gekozen bestuurders de dienst uitmaken, en dat de bevolking daar geen zeggenschap in heeft. De bevolking mag opdraven voor de verkiezingen, maar de uitslag van die verkiezingen heeft geen invloed op benoemde bestuurders en amper op de indirect gekozenen. Er worden wel internationaal afspraken gemaakt betreffende de rechten op zelfbestuur van de burgers, maar als het puntje bij paaltje komt worden beslissingen van de bestuurders niet getoetst aan die internationale afspraken.

Men kan natuurlijk als burger tegenwoordig binnen Europa zijn beklag daarover doen, maar dat is een wat moeizame weg, trouwens, de keren dat Nederlandse burgers buiten Nederland steun zochten is dat niet echt bevallen. De steun, die men vanuit Nederland op het einde van de 18de eeuw in Frankrijk zocht tegen de regenten mondde uit in de uitplundering door de benden van Napoleon, en de opgedrongen bescherming door de Duitsers van 1940 tot ’45 heeft  ook een zeer negatieve invloed op ons volk gehad. 

Laten we nog even de belangrijkste bestuurders, waarmee we als stichting te maken hebben gehad, naar voren halen.

Lynde Blok vergaloppeerde zich ernstig met de aankondiging van het beleidsplan Kop van Voorne en was bang, dat ze daarmee concurrenten voor haar goed betaalde functie de kans gaf haar op zij te schuiven. Ze kwam met een compromis op de proppen om van ons af te zijn, niet omdat ze overtuigd was van ons gelijk. Dus liet ze ons weer glashard vallen, toen de verkiezingsuitslag voor de provinciale Staten voor D’66  zo slecht uitviel, dat ze hoe dan ook van haar stoel af moest.

Leemhuis-Stout en Brouwer gingen ten onder aan het ongeoorloofd bankieren met gemeenschapsgeld. Sala moest als burgemeester van Wageningen inpakken na het politieonderzoek in de zaak moord op Pim Fortuyn te hebben bemoeilijkt. Commissaris Franssen heeft het zo druk met zijn vele bijbaantjes (zie publicatie in Elzeviers weekblad), dat hij geen zicht heeft op de loyaliteiten van zijn medewerkers, en zich laat verleiden tot schriftelijke uitspraken, die aan de hand van archiefstukken direct als onwaar gebrandmerkt kunnen worden.

Voorwaar een indrukwekkende score!

Binnen het ambtelijk apparaat van de Nederlandse regering heeft zich een groep sympathisanten van extreme vormen van milieuactivisme en dierenbescherming genesteld. Dat levert een groot pakket van weinig realistisch eisen op, zoals het Ramsar akkoord, de vogelrichtlijn, de Habitat richtlijn, geen kernenergie, geld weggooien aan windturbines enz. Het zijn deze groepen, die via eisen tot compensatie van de natuur tot  plan Voordelta, natuurbouw en ontpoldering komen.

Om een voorbeeld te geven citeren wij uit het “bestemmingsplan locatie Zandweg te Oostvoorne” van 7 december 2004. Dit stuk begint met 9 bladzijde tekst, die direct betrekking heeft op de te bouwen opstallen wat betreft de eisen en voorschriften. Dan komt er een toelichting van 21 blz., met eisen op het gebied van parkeerruimte, geluidshinder, waterberging, e.d.  Hierna volgen 32 blz. “onderzoek flora en fauna, waarin allerlei eisen worden opgevoerd om plant, dier en insect maximaal te ontzien en eventueel eerst te vangen en opnieuw uit te zetten in een ander voor deze soort optimaal milieu. Er worden eisen opgesteld betreffende perioden waarin werkzaamheden verboden zijn omdat in die tijd muizen, mollen, enz. jongen hebben, die in hun voortplanting niet belemmerd mogen worden. Kikkers en salamanders enz. moeten zorgvuldig opgevangen worden en overgebracht naar voor hen geschikte wateren. Het is alsof de Nederlandse overheden streven naar wereldheerschappij door het invoeren van regels waarom de rest van de wereldbevolking zich doodlacht, daarmee de hierdoor vrijkomende gebieden  aan Nederland overlatend.

Nadat we dit gehad hebben, volgen 11 blz . “onderzoek archeologie”. Ook dit levert desgewenst volop mogelijkheden voor obstructie van de plannen. Momenteel lopen de overheden op vele  plaatsen vast op obstructie, door tot in het volkomen onbruikbare willen doorvoeren van bescherming van natuurwaarden! Natuurlijk hebben  zij, die beweren dat “de natuur grote schade lijdt door menselijk leven en handelen”.Dat is een gevolg van overbevolking. De enige juiste definitie van overbevolking in een bepaald gebied van een soort is een zodanige toename van die soort, dat andere soorten met uitsterven bedreigd worden. Die toestand hebben we in west Europa al lang bereikt. Bekijken we de toestand  op het autostrand, dan zien we een leeg gebied met een geweldige herstelcapaciteit. Daar werd nu juist niemand verdrongen. Zelfs geen zeehond.

CONCLUSIES

1.                  De gemeente Oostvoorne had wel een verklaring van geen bezwaar en een eventuele Volledige Vergunning mogen afgeven maar geen pacht of huur mogen vragen, noch aan Vijfvinkel, noch aan zijn opvolgers, maar deze ondernemers moeten doorverwijzen naar de toenmalige eigenaar van het betreffende perceel strand.  De ondernemers zijn vanaf het begin hierdoor op het verkeerde been gezet.

2.                  De gemeente Westvoorne had de fouten van Oostvoorne niet moeten continueren.

3.                  De natuurorganisaties hebben genoemde fouten gedurende jaren niet rechtgezet, daarmee in hoge mate bijdragend aan de algemene verwarring. Ze kwamen pas in het geweer, toen enkele bestuurders kennelijk ernstig in hun ijdelheid gekwetst waren toen ze in 1986 bij het strandfeest gepasseerd waren. Burgemeester Hoffmann heeft kennelijk nooit de moeite genomen om zich als burgemeester grondig op de hoogte te stellen van de problemen tussen de verschillende groepen binnen zijn gemeente en de rechtsverhoudingen.

4.                  Hoe kon de Dijkring een vergunning voor 30 jaar voor de Zeemeeuw afgeven? De Dijkring had daartoe geen enkele bevoegdheid, maar men kan Boutkam, als eenvoudig burger niet kwalijk nemen, dat hij in deze valkuil getrapt is, maar hij is wel het slachtoffer geworden. Wel had de Dijkring, als verantwoordelijke voor de stormvloedkering, een verklaring van geen bezwaar op waterstaatkundige gronden mogen afgeven, maar verder had de Dijkring nergens mee te maken. Dit soort overschrijdingen van bevoegdheden van bestuurders, en particuliere eigenaren, heeft zich over de door ons bestudeerde laatste 100 jaar vele malen voorgedaan.

5.                  De verschillende bestuurders zijn angstvallig buiten schot gebleven, voor wat betreft de afsluiting van het strand. Ze hebben hand- en spandiensten verleend, maar het echte afsluiten mag het ZHL doen.

Wij hebben genoeg materiaal verzameld, om bij de volgende verkiezingen gedocumenteerd van ons te doen horen  Een van onze voorstellen is in ieder geval dat de regering die “natuurfanaten” buiten de deur zet en het strand weer gewoon open stelt. De politici hebben dit kennelijk al voorbereid, gezien het feit, dat de sluiting van het strand aan ZHL is overgelaten. Het bijbehorend gezichtsverlies is op deze wijze voor Natuurmonumenten en ZHL.


Copyright © Redactie Autostrand.nl Home | Nieuws | Informatie | Verkiezingen | Foto's | Gastenboek | Nieuwsbrief | Contact | Links